test
 

Han

Han China

Tijdens de Han-dynastie werden de fundamenten voor de Chinese staatsinrichting en natie gelegd; nu nog noemen Chinezen zichzelf Hanren, Han-mensen. Het beleid was gericht op consolidatie, economische groei en een gezonde staatshuishouding via belasting op goederen, en op het rustig houden van de nomaden langs de noordgrenzen. Het confucianisme werd na verloop van tijd de staatsideologie.

De periode 135-90 v.Chr. werd gekenmerkt door expansie. Binnen het rijk reguleerde het hof steeds meer van de economie, o.a. door monopolies op zout en ijzer en controle op het slaan van munten. Naar het noorden waren er veldtochten tegen de Xiongnu om de dreiging van plundertochten weg te nemen. De Han breidde naar het noorden zijn invloed uit tot in Korea en naar het westen tot de Taklamanwoestijn om de handel langs de Zijderoute te beschermen. Richting zuiden was er expansie tot in Yunnan (vooral vanwege de handelsroute via Dali naar Birma en India), Guangxi, Guangdong, Fujian en Vietnam.

Rond 90 v.Chr. kwam de expansie tot een einde, mede vanwege interne verdeeldheid. Er ontstonden allerlei dynastieke intriges, die culmineerden in een kort interregnum door het Xin-huis van Wang Meng in 8-24 na Chr. Nadat de Han deze onderbreking te boven waren gekomen, verplaatsten zij hun hoofdstad naar Luoyang. China beleefde bijna twee eeuwen lang een periode van economische en culturele bloei, maar aan het einde van de 2e eeuw staken boerenopstanden weer de kop op, de gebruikelijke voortekenen van het einde van een vorstenhuis.


Naar SANGUO / Terug naar overzicht Geschiedenis tot 1949