test
 

Ming (1368-1644)

Ming

De leider van de Rode Tulbanden riep zich uit tot keizer Hongwu van de Ming-dynastie, met als hoofdstad Nanjing. Hongwu toonde niet alleen zijn kwaliteiten als generaal, maar ook als staatsman. Het bestuur werd gegrondvest op de geleerden-ambtenaren, de landbouw kwam tot nieuw leven na vele decennia onrust en verwoesting. Onder de derde Ming-keizer Yongle werd in 1420 de hoofdstad verplaatst naar Beijing. Het Chinese rijk breidde zich ook weer uit. Yongle zond zeven maritieme handelsexpedities naar Zuidoost-Azië, India, Arabië en de Oostafrikaanse kust. Na zijn dood kwam er echter van de kant van orthodoxe geleerden veel kritiek op deze handelsexpansie. De Ming raakte in zichzelf gekeerd en sloot zich steeds meer af. Voor de confuciaanse geleerden had de buitenwereld China niets te bieden, behalve tribuut in erkenning van de culturele suprematie van het Rijk van het Midden (Zhongguo).

De elite in Ming-China werd gevormd door hen die een graad hadden behaald in het examenstelsel en zich daardoor hadden gekwalificeerd voor een openbaar ambt. Deze geleerden-bestuurders kwamen over het algemeen uit welvarende, landbezittende families, mede omdat de opleiding vele jaren en veel geld kostte. Het curriculum bestond vooral uit confuciaanse klassieke werken, waardoor het bestuursapparaat ideologisch homogeen en conservatief was.

De Ming wordt, met de Han en de Tang, gezien als een van China's grote dynastieën. In cultureel opzicht was dit zeker het geval, hoewel er na de eerste keizers sprake was van een verstarring. Dat gebeurde in een periode dat Europa zich wel sterk veranderde en op het punt stond te expanderen, onder andere met behulp van oorspronkelijk Chinese uitvindingen.

De eerste Europeanen waar China in de Ming mee te maken kreeg waren in de 17e eeuw de jezuïeten. Zij bezorgden Europa een beeld van China als een statisch, maar goed bestuurd rijk waarin de rede de boventoon voerde.

In deze periode ging het echter niet meer zo goed met de Ming. De bevolking en de landconcentratie waren sterk toegenomen, terwijl er geen groei van de produktiviteit was. Zwakke keizers konden geen weerstand bieden aan intriges en de boeren kwamen op diverse plaatsen in opstand. Een van de opstanden nam grote vormen aan. In 1644 werd Beijing ingenomen en pleegde de laatste Ming-keizer zelfmoord.


Naar QING / Terug naar overzicht Geschiedenis tot 1949