VNC Asia Travel

DUNHUANG 敦煌

De oude karavaanstad Dunhuang ligt in het noordwesten, in de woestijncorridor van Gansu, tussen Lanzhou en Turpan. Vroeger trok Dunhuang de handelaren die hier onderweg langs de Zijderoute halt hielden. Tegenwoordig komen de bezoekers vooral vanwege de bijzondere boeddhistische grotkunst. Er gaan vluchten naar Dunhuang, maar niet altijd. Dunhuang is ook per trein bereikbaar via het station Liuyuan (Dunhuang Zhan).

Grote Muur

Van het station is het een rit van 128 km (2½ uur) naar Dunhuang. U komt door een ‘gobi' woestijn noemen: geen zand, maar stenen, zand en overal bosjes stug gras.

Halverwege kunt u een fotostop maken bij een stuk van de Grote Muur dat dateert uit de Han-dynastie. Na 2000 jaar staan er nog enkele delen overeind, de Muur is hier gemaakt van adobe, leemachtige blokken.

Dunhuang Mogao

Mogao Grotten

De beroemde Mogao Grotten liggen 25 km ten zuidoosten van Dunhuang. Ze zijn de oudste boeddhistische heiligdommen in China en een ware kunstschat. Ze zijn uitgehakt in de periode van de 4e tot de 14e eeuw en de ontwikkeling van de boeddhistische kunst is goed te zien. Er zijn prachtige beelden, muurschilderingen en fresco's. Meestal worden niet meer dan tien grotten bezocht. Niet alle grotten zijn toegankelijk. Het is zeer noodzakelijk de kunstwerken te beschermen omdat de erosie en rovers al flink wat schade hebben aangericht. Bij de grotten is sinds kort een museum dat een overzicht biedt van de kunst in de grotten en de achtergronden ervan.

Yulin Grotten

De Yulin Grotten liggen in de 'Tienduizend Boeddha Vallei' in de Qilian Bergen ten zuidoosten van Mogao. Er loopt een kleine rivier omzoomd met wilgen en olmen. Er zijn 32 grotten op de oostklif en 11 grotten op de westklif en die bevatten meer dan 100 beelden en 1000 m² muurschilderingen uit de Tang.

Westelijke Tienduizend Boeddha Grotten

De Westelijke Tienduizend Boeddha Grotten (Xi Qianfo Dong) liggen 30 km ten zuidwesten van Dunhuang. Deze zijn minder belangrijk dan die van Mogao. Ze bevatten schilderingen uit de periodes van de Noordelijke Wei (386-534), Tang (618-907) en de Vijf Dynastieën (907-960).

Dunhuang Museum

Het Dunhuang Museum staat in het centrum van het stadje. Het ziet er van buiten aardig uit, maar binnen is het letterlijk en figuurlijk een nogal stoffig museum. Beneden zijn er wel bordjes met wat Engelstalige informatie. De maquette van Dunhuang en omgeving is wel aardig.

Mingshashan

Mingsha Zandduinen

Even (5 km) buiten de stad liggen de fotogenieke zandduinen Mingsha Shan. Hier werd in een zandstorm eens een heel leger begraven. Volgens de overlevering kunnen hun geesten nog steeds gehoord worden. Bij de zandduinen ligt het prachtige Meer van de Wassende Maan (Yueyahu). In de kromming lag vroeger een tempeltje; nu is het een theehuis. U kunt u met een autotreintje of op een kameel naar het meer gaan. Het is mogelijk om de duinen te beklimmen. Daartoe zijn op bepaalde plekken planken op de helling gelegd, die zo een soort trap vormen.

Witte Paard Pagode

De Baimata is geen tempel (wat in sommige reisgidsen staat), maar het een poort met daarachter een witte stupa. De Witte Paard Pagode staat in het zuidwesten van Dunhuang, circa 3 km van het centrum. Het is een mooie pagode, zonder verdere tempelgebouwen. Hij is gebouwd ter ere van Kumarajiva, de beroemde vertaler, die een wit paard bereed dat in Dunhuang stierf toen hij op weg was naar Chang'an (Xi'an).

Yumen Pas

De Jade Poort of Yumen Pas (yumenguan 玉门关, niet te verwarren met de stad Yumen) ligt 95 km ten noordwesten van Dunhuang. Het was vroeger de toegang voor de karavanen die via de Zijderoute naar het westen trokken. Er stonden poorten waar de karavanen werden gecontroleerd, maar de poorten raakte in de 6e eeuw in onbruik. De vierkante wachttoren is nog redelijk intact. Hij is gebouwd van aangestampte löss. Hij is 10 meter hoog en heeft muren die beneden 5 en boven 3 meter breed zijn.

Yadan landformaties

Yadan is een gebied van ca 20 km², ten noordwesten van de Yumen Pas. Hier zijn vreemd gevormde formaties van zand, leem en steen, ontstaan door erosie in de bedding van de voormalige Shule-rivier.