Aan de voet van het klooster en aan de noordkant van de stad staan veel, goed uitziende en fraai ogende, Tibetaanse huizen. Ten zuiden daarvan is een strook Chinese bebouwing, dus met veel beton en niet erg aansprekend. De mensen die er lopen en werken zijn zo te zien wel voornamelijk Khampa Tibetanen.
Aan de hoofdstraat en enkele straten daaromheen zijn eethuisjes en veel kleine winkeltjes. Ze zijn gericht op de dagelijkse benodigdheden en ook op de goederen die de Tibetanen uit de omgeving nodig hebben, dus er worden dekens, zadels, kleden, messen, thermoskannen, touwen etc. verkocht. Er zijn nog vrijwel geen souvenirswinkeltjes, gericht op buitenlanders en maar heel beperkt gericht op Chinese toeristen.
Litang heeft als centrum van Kham een turbulente geschiedenis. Na 1950 werden door de Chinese overheid politieke en sociale hervormingen doorgevoerd. Dit stuitte op veel verzet, vooral onder de Khampa's, die zich in 1956 achter de monniken van het Litang Klooster schaarden die hadden geweigerd om hun kloosterbezit bekend te maken en daarover belastingen te betalen en zich ook tegen de landhervorming verzetten. Het Chinese leger greep in, waarop vele Khampa's richting Lhasa vluchtten om van daaruit de strijd verder te voeren. Dit leidde tot de Tibetaanse Opstand van 1959 en de vlucht van de Dalai Lama.
In de omgeving van Litang zijn mooie wandelingen te maken, maar vraag advies, vermijd plekken waar de kuddes lopen of waar een sky burial wordt gehouden.