Historisch Museum van de Buitenlandse Handel
Ten oosten van de Kaiyuan Tempel is het Historische Museum van de Buitenlandse Handel (Quanzhou Haiwai Jiaotong Shibowuguan). De handel bestond eeuwenlang uit voornamelijk luxe goederen. De belangrijkste importen waren specerijen, kleurstoffen, katoen, goud, zwaarden, rinoceroshoorn, ivoor, edelstenen en pauwenveren. De centrale regering moedigde de export van zijde en porselein aan, maar kon het wegvloeien van edelmetalen als goud, zilver en koper niet tegenhouden. In de Song (1127-1279) werd de overzeese handel bevorderd, o.a. door beloningen voor nieuwe uitvindingen in de scheepsbouw uit te loven en een marine op te bouwen om de koopvaardijschepen te beschermen. Ming-keizer Yong Le zond tussen 1405 en 1433 zeven expedities uit, die geleid werden door de paleiseunuch Zheng He. De vloten zeilden naar Zuid¬oost-Azië, Sumatra en Java, India, de Perzische Golf, de Rode Zee en Oost-Afrika. Deze expedities kwamen met de dood van Yong Le tot een einde, zowel vanwege de kosten, als vanwege het verzet van de hoge ambtenaren die jaloers waren op de macht van de eunuchen. China's dagen als grote zeenatie waren voorbij. De Ming keerde zich naar binnen.
In het museum wordt ook aandacht geschonken aan de geschiedenis van de Arabieren in Quanzhou. Zo staat hier een aantal Arabische graftombes van kooplieden die hier tijdens Quanzhou's bloeiperiode handel dreven. Zij kwamen meestentijds uit het Midden-Oosten, net als vele matrozen die de schepen bemanden.